Wanneer de tonen bij de toonaudiometrie telkens een stapje harder worden gemaakt, zal op een gegeven moment een intensiteit worden bereikt waarbij de luisteraar het geluid onaangenaam hard vindt. De intensiteit waarbij dit plaatsvindt, bepaalt de onaangename luidheidsdrempel. In onderstaande figuur is de hoordrempel (rood) en onaangename luidheid (zwart) aangegeven van een goedhorende.
Het gebied tussen de drempel waarbij een toon nog net wordt gehoord en deze waarbij het als onaangenaam hard wordt ervaren, is het dynamisch bereik. Een ander woord voor dynamisch bereik is hoorspan. In bovenstaande figuur is dat weergegeven met verticale blauwe pijlen.
Bij sommige slechthorenden is ook de onaangename luidheiddrempel verschoven. Bij een veel lager intensiteitniveau vinden zij geluiden onaangenaam. Deze slechthorenden worden als het ware van twee zijden benadeeld: aan de ene kant door de hoordrempel en aan de andere kant door de verlaagde onaangename, luidheiddrempel. Beide zorgen voor verkleining van het dynamisch bereik of het hoorspan. In de afbeelding hier beneden is duidelijk te zien dat de pijlen een stuk korter zijn geworden door verschuiving van beide drempels.
De verkleining van het dynamisch bereik door verschuiving van de drempels wordt ook wel als recruitment omschreven:
Terug naar gehoorproblemen.