foto_1foto_3foto_2foto_4
Bookmark and Share

De werking van een normaal oor

Geluid, dat een golfverschijnsel is, zorgt ervoor dat het trommelvlies begint te bewegen (oscilleren). Hierdoor worden de beentjes in het middenoor (hamer, aambeeld en stijgbeugel ) op hun beurt aangedreven. De stijgbeugel brengt deze trilling over op het slakkenhuis (cochlea).

Het middenoor, met de hamer, het aambeeld en de stijgbeugel, zorgt er dus eigenlijk voor dat geluiden, zonder al te veel energieverlies, omgezet worden in een trilling van de vloeistof in het slakkenhuis (de cochlea).
Een probleem daarbij is dat het binnengekomen geluid over moet gaan van een luchtmedium naar een vloeistofmedium. Er treedt dus een grote mate van impedantie of weerstand op, met verlies aan energie, hier dus een verlies aan intensiteit.

Om dit probleem nu zo goed mogelijk het hoofd te bieden treedt het middenoor op als een impedantieaanpasser. Dit kan omdat het middenoor als volgt is opgebouwd:

  • de oppervlakte van de voetplaat van de stijgbeugel is vele malen kleiner dan het trommelvlies; de druk op de vloeistof in het binnenoor wordt hierdoor 30 maal zo groot als de geluidsdruk op het trommelvlies.
  • er treedt een versterkende werking op door de hefboomfunctie van de gehoorbeentjes; de beweging bij het ovale venster is weliswaar kleiner, maar de uitgeoefende kracht is groter.

De mechanische trillingen van het middenoor worden doorgegeven aan heel fijne haarcellen in het binnenoor. Doordat deze haarcellen gaan bewegen ontstaan er elektrische spanningsverschillen, die op hun beurt leiden tot ontladingssalvo‘s in de vele zenuwuitlopers. Het collectieve signaal wordt uiteindelijk via de gehoorzenuw naar de hersenen doorgestuurd.

Terug naar het gehoor.