foto_1foto_4foto_3foto_2
Bookmark and Share

Het uitwendige oor

De oorschelp en de gehoorgang maken deel uit van het uitwendige oor.

De oorschelp is eigenlijk een eigenzinnige kraakbeenschijf bedekt met een laagje huid. Oorschelpen zijn zeer persoonlijk en kunnen nogal eens sterk verschillen qua vorm en grootte. Doordat we onze oorschelpen niet afzonderlijk kunnen bewegen, spelen ze slechts een zeer kleine rol bij het richtinghoren: enkel de geluidsverschillen voor-achter kunnen ze mee helpen bepalen.

Het buitenste deel van de gehoorgang bestaat ook uit kraakbeen, terwijl het binnenste deel benig is. Beiden zijn met huid bekleed.

De gehoorgang is ongeveer 2,5 cm lang en heeft een S-vorm, die lichtjes omhoog loopt. In het buitenste gedeelte van de gehoorgang bevinden zich haartjes alsook een aantal kliertjes die oorsmeer (cerumen) afscheiden. In het oorsmeer blijft stof en vuil kleven, dat door de haartjes langzamerhand naar buiten wordt gebracht.

Terug naar het gehoor.