Ma – Vrij: 9u00 – 15u00 0800 10 888

Hoortoestellen worden individueel afgesteld op je gehoorverlies en persoonlijke behoeften. Dat is belangrijk, want gehoorverlies is heel persoonlijk. Digitale hoortoestellen hebben automatische programma's voor elke omgeving en luistersituatie. Ze versterken spraak, dempen storende omgevingsgeluiden en onderdrukken galm. Daarin lijken ze in niets op hun oude, analoge voorlopers. Hier gaan we dieper in op hoe dat technisch precies zit.

Hoe werken hoortoestellen?

Moderne hoortoestellen zijn eigenlijk minicomputers, met de nieuwste technologie binnenin. Dankzij die technologie kunnen ze helemaal op jouw individuele behoeften worden afgestemd.

Alle hoortoestellen hebben drie hoofdonderdelen: een microfoon, processor en luidspreker. De microfoon pikt geluiden (akoestische signalen dus) uit de omgeving op en stuurt ze door naar de processor. Die versterkt de geluiden en zet ze om in elektrische signalen. De luidspreker, op zijn beurt, stuurt de signalen door naar het oor. Daar komt het geluid binnen.

Om horen met hoortoestellen comfortabel te maken, versterken hoorapparaten enkel die geluiden die écht belangrijk zijn. Alle andere storende geluiden worden gereduceert. Dit proces verloopt bij volledig automatisch. Je hoeft dus zelf helemaal niets te doen.

Andere extra functies van hoortoestellen ontdek je hier.
Binnenkant hoortoestellen

Waarom hoortoestellen meer doen dan alleen versterken

Gehoorverlies betekent niet alleen dat iemand alles zachter hoort. Het betekent vooral dat geluiden onduidelijk worden, waardoor luisteren en begrijpen lastig wordt. Geluiden krijgen een andere toon, worden schriller of brommender. Sommige geluiden kunnen zelfs onaangenaam worden. Een hoortoestel dat "alleen maar luider" kan, is dus niet genoeg om iemand beter te doen horen.
 

Het juiste volume regelen

Natuurlijk is de techniek om geluidssignalen te versterken onmisbaar bij een hoortoestel. Mensen met gehoorverlies nemen geluiden pas vanaf een bepaald volume waar – die geluiden moeten dus al luider zijn dan bij mensen met een goed gehoor. Maar wanneer simpelweg alle geluiden versterkt worden, zou bijvoorbeeld een politiesirene absoluut niet te verdragen zijn. Daarom meet de audicien bij een hoortest altijd de 'onbehaaglijkheidsdrempel'. Deze drempel geeft aan vanaf welk niveau een geluid onaangenaam wordt. Dat is voor iedereen anders. Bij de meeste normaalhorenden ligt deze waarde rond ongeveer 100 decibel.
 

Stoorgeluid en exacte frequentiegebieden

Naast de algemene geluidssterkte, moet hoortoestellen specifiek die frequenties versterken die niet meer goed worden gehoord. Digitale hoortoestellen zijn state-of-the-art en kunnen elk gehoorverlies in verschillende frequentiegebieden exact en gericht compenseren.

Een echte uitdaging is uitfilteren van stoorgeluid. Bij conversaties in een druk restaurant is het zelfs voor iemand die normaal hoort niet eenvoudig om zich te focussen op de stem van zijn of haar gesprekspartner. Een hoortoestel heeft dus speciale functies nodig om de verstaanbaarheid van spraak in lawaai te verbeteren.

Voor moeilijke of specifieke luistersituaties bijvoorbeeld op restaurant of bij het luisteren naar muziek hebben toestellen verschillende programma's. Ze hebben ook meerdere frequentiekanalen, zodat de geluidsversterking individueel kan worden aangepast.

Andere hoorhulpmiddelen

Hoortoestellen met bluetooth kunnen spraak en muziek rechtreeks van je smartphone of TV naar je hoortoestellen streamen. Daarvoor is meestal een extra apparaatje nodig (een streamer), dat een tussenschakel vormt en de signalen doorgeeft. Meer informatie is hier te vinden.

Intussen zijn er ook apps om je hoortoestel via je smartphone te bedienen en draadloos in te stellen.

Uiteraard tonen onze audiciens je graag de nieuwste modellen.

De geschiedenis van het hoortoestel

Ooit alleen voorbehouden aan koninklijke afluisteraars, werd het hoortoestel in de afgelopen 200 jaar een gemeengoed. De Engelse koningin Alexandra was in 1901 één van de eersten die een hoortoestel droeg. Sindsdien is niks nog hetzelfde.

De eerste hoorapparaten waren onhandig, maar effectief

17e eeuwse hoortoestellen waren eerder onhandige hulpmiddelen. Trechtervormige gehoorbuizen versterkten het geluid al met 20 tot 30 dB. Best wel effectief dus!

De ontwikkeling van de telefoon

Met de ontwikkeling van de telefoon in de 19e eeuw kwamen elektrische apparaten écht tot wasdom. De technologie bleef echter nog steeds behoorlijk groot en onhandig. 

Het eerste draagbare hoortoestel

In 1901 was het dan zover. Toen vroeg de Amerikaanse ingenieur Miller R. Hutchinson een octrooi aan voor het eerste draagbare hoortoestel. Dit apparaat, hetzelfde als dat van koningin Alexandra van Engeland, was al flink kleiner – maar het woog maar liefst 12 kilo.

Het eerste achter-het-oor hoortoestel

In de jaren '40 van de vorige eeuw waren de afmetingen van hoortoestellen al teruggeschroefd naar die van een pakje sigaretten. Met de introductie van de transistor in de jaren '50 was hun definitieve doorbraak een feit. De basis voor achter-het-oor toestellen was gelegd.

Begin van de digitale hoortoestellen

Tot in de jaren '80 waren achter-het-oor en later in-het-oor hoortoestellen, technologisch al vrij vooruitstrevend. Maar toen kreeg de digitale revolutie ook de hoortoestellensector in zijn greep. Tot op vandaag worden de toestellen continu verder ontwikkeld zodat om klanken zo natuurlijk en helder mogelijk weer te geven. Bovendien worden de toestellen ook alsmaar kleiner en discreter zodat ze nog nauwelijks opvallen.

Andere thema's

Wat kunnen hoortoestellen?
Soorten hoortoestellen
Vind een hoorcentrum in de buurt
We hebben jouw expliciete toestemming nodig om browser cookies te bewaren. Alleen zo kunnen we je de beste surfervaring op onze website garanderen. Als je cookies weigert, zijn sommige functionaliteiten van de site ‒ zoals inloggen, gepersonaliseerde content of switchen tussen talen ‒ niet bruikbaar. Daarom raden we aan om cookies toe te laten.